Pairing

Pairing is het in de tijd samen optreden van 2 stimuli. De stimuli verkrijgen in zekere mate elkaars gedragssturende eigenschappen. Vooral een stimulus die vaak vlak voor een andere stimulus optreedt, krijgt in hoge mate het effect van de laatste stimulus. Bijvoorbeeld een belletje dat telkens wordt gerinkeld als er eten wordt gegeven aan een hond, leidt al snel tot kwijlgedrag bij die hond. Na een dag met veel pairing, kan het belletje zonder dat het verder wordt gekoppeld aan eten, nog dagenlang kwijlen opwekken. Dit werkt bij mensen ook. We vinden het fijn als iemand die steeds fijne dingen doet (diens aanwezigheid gaat dus steeds in de tijd vooraf aan leuke dingen) in ons gezelschap is, ook al doet die persoon op dat moment niet iets aardigs.

Pairing is een ontzettend belangrijk leerprincipe. Pairing ligt bijvoorbeeld ten grondslag aan het aan kinderen leren van eenvoudige mands (verzoeken om reinforcers op momenten dat ze die graag willen hebben), doordat men het woord om erom te vragen zegt vlak voor men de reinforcer presenteert. Men zegt 'chips' vlak voordat het kind een chipje krijgt. Als men dit doet op een moment dat chips een hoge waarde voor het kind hebben, dan wordt het horen van dat woord op zo'n moment ook van hoge waarde voor het kind. Wanneer het kind dan ook honger heeft (of gewoon trek in chips) en het brabbelt, dan worden geluiden die het zelf maakt en die meer lijken op 'chips', door het horen van die klank automatisch gereinforcet. Doordat het kind op deze manier "zichzelf traint", kan het heel snel leren vragen om dingen die het op het moment graag wil hebben.

Pairing met aversieve stimuli kan ook zeer krachtig zijn. De aanwezigheid van iemand die ons steeds pijn doet wordt snel aversief. Aversieve stimuli vermijden we (avoidance) als we de kans hebben en als we eraan blootgesteld worden wordt het gedrag om eraan te ontsnappen (onze blootstelling eraan te beŽindigen - escape) sterker. In feite kan avoidance woren gezien als escape aan stimuli die historisch voorafgingen aan de aversieve stimuli die we vermijden (en dus zijn gepaird met die stimuli, waardoor ze zelf ook aversief zijn geworden, en we er dus toe neigen eraan te ontsnappen). Onze neiging om te ontsnappen is sterk door reinforcement - negative reinforcement. Gedragingen die aversieve stimuli doen verminderen, worden immer (negatief) gereinforcet.

This page last updated: 2009-02-24T20:14:00.38+00:00